Alles over de Aziatische Olifant

De Aziatische Olifant komt uit Azië en is een bedreigde diersoort. Zijn grootste bedreiging is de mens, die de bossen waarin de olifant leeft kapt. De olifant wijkt daardoor vaak uit naar landbouwgronden, wat tot gevolg heeft dat de boeren hem neerschieten. Vroeger werden olifanten beter beschermd omdat zij als lastdier werden gebruikt. In veel landen leeft de Aziatische olifant nog als lastdier en wordt hij gebruikt bij bijvoorbeeld het vervoeren van toeristen, het slepen van boomstammen uit het bos en trekken van karren.

De Aziatische olifant kent 4 ondersoorten. De Indische olifant leeft in India, Cambodja, Laos, Maleisie, Nepal, Thailand, Vietnam, Zuid-China en Myanmar. De Sumatraanse olifant komt op Sumatra voor. De Ceylon of Sri-Lankaanse olifant is de minst voorkomende soort en leeft alleen op Sri Lanka. Sinds 2003 kennen we ook de Borneo dwergolifant, die op Borneo in het wild te vinden is. In het noorden van Thailand ligt een speciaal olifantenpark.

De Aziatische olifant is niet te verwarren met de Afrikaanse olifant. De Aziatische olifant weegt gemiddeld 5 ton en is 3,5 meter hoog. Daarmee is hij veel kleiner dan de Afrikaanse olifant. De Aziatische olifant heeft verder een bolle rug, kleine oren, één vinger aan de slurf en één bult op de kop. Ter vergelijking, de Afrikaanse olifant heeft een vinger aan de boven- en onderkant van de slurf en hij heeft twee bulten op de kop. Bij de Aziatische olifant hebben alleen de mannetjes slagtanden.

De olifant is een planteneter en eet tot wel 150 kilogram plantaardig voedsel per dag. Een olifant is wel 18 uur met eten bezig. Hij drinkt daarbij 80 tot 160 liter water per dag. De Aziatische olifanten kunnen in het wild gemiddeld 60 jaar worden. Rond die leeftijd zijn hun tanden versleten en kan de olifant niet meer goed eten, wat uiteindelijk zijn dood wordt. Behalve de mens heeft de Aziatische olifant in het wild geen vijanden.

Aziatische olifanten leven in groepen, vrouwen (koeien) en mannen (bullen) apart. De vruchtbaarheid van de mannetjesolifant en vrouwtjesolifant verschilt. Vrouwen zijn al vanaf 8 jaar vruchtbaar, terwijl mannen over het algemeen pas vanaf 25 jaar in staat zijn om te paren. Dat komt ook omdat de er een strenge rangorde is, waardoor mannen een hoge rang moeten veroveren om te mogen paren. In een dierentuin gebeurt het paren vanaf 15 jaar. De draagtijd van de Aziatische olifant is 22 tot 23 maanden en een jong of kalf heeft een gewicht van 80 tot 115 kilogram. Het kalf kan dan meteen lopen. Er wordt meestal maar één jong per keer geboren en de vrouwtjesolifant kan om de 4 tot 6 jaar een kalf baren, wanneer de omstandigheden ideaal zijn.