Alles over de diamant

Diamant is een edelsteen van een heel kostbaar mineraal, het is erg schaars. Het is de enige edelsteen die maar uit een element, namelijk koolstof, bestaat. Koolstof is verbrand hout en roet, wanneer het stevig wordt samengeperst, ontstaat grafiet. Diamant ontstaat wanneer de koolstof of grafiet onder zeer grote druk en op hoge temperaturen is gekristalliseerd. De condities daarvoor komen alleen voor op 150 tot 200 km diep onder het aardoppervlak. De stenen komen naar de oppervlakte door vulkaanuitbarstingen. Diamant is heel zeldzaam en wordt maar op een paar plaatsen op de wereld gevonden. In India en Afrika wordt het grootste deel van de diamanten gedolven, maar er zijn ook wel stenen in Rusland ontdekt. De Zuid Afrikaanse Kimberleymijn ‘Big Hole’ is de grootste en meest bekende vindplaats van diamanten, hij ligt zoals de naam al doet vermoeden bij de stad Kimberley, de hoofdstad van de provincie Noord Kaap.

Een ruwe diamant lijkt een beetje op een glazige kiezelsteen en alleen een echte kenner kan zien, dat het niet om een gewone kiezelsteen gaat. Diamant is het hardste natuurlijke materiaal dat bestaat, daarom wordt het gebruikt als ijkpunt voor de hardheid. Diamant is hardheid 10 op de schaal van Mohs. Hardheid is te bepalen door te zien welke stof de andere een kras kan toebrengen, daarbij is Diamant het hardst, het kan alleen door een andere diamant worden bekrast. Talk en gips zijn het zachtste en vertegenwoordigen hardheid 1 en 2 op de schaal.

Vanwege zijn extreme hardheid wordt diamant gebruikt in de industrie, o.a. voor slijpen, boren, snijden en polijsten. Vanwege zijn schoonheid wordt hij ook gebruikt in juwelen. Maar van alle diamanten die worden opgegraven, is maar een klein gedeelte ± 20 %, daarvoor geschikt.

Om een ruwe diamant mooier te maken, wordt hij intensief bewerkt, wat door echte vakmensen moet gebeuren. Eerst wordt de diamant gekloofd, daarbij wordt gekeken naar de vorm en naar eventuele vuiltjes in de diamant. Daarna wordt door zagen en snijden een vorm gemaakt, door te slijpen wordt het geheel afgewerkt tot in perfectie. De kwaliteit van een diamant wordt bepaald door 4 kenmerken: slijp vorm, zuiverheid, karaat en kleur.

De bekendste slijp vormen zijn: briljant, ovaal, marquise, peer, hart, prinses en emerald.
Een diamant die geslepen is tot briljant, is geslepen in 57 facetten, daardoor wordt het licht optimaal weerkaatst.

Om de zuiverheid te bepalen bekijkt een expert de steen onder een vergrootglas dat wel 10x vergroot. De laagste zuiverheid, Piqué, wordt toegekend aan een steen, waar een insluitsel in zit, wat je zelfs met het blote oog kunt waarnemen. De beste kwaliteit is een steen die helemaal vrij is van interne fouten, we noemen dat loepzuiver. Daar tussen in zitten nog 8 waarderingen.

Het gewicht van een diamant wordt uitgedrukt in karaat. 1 karaat komt overeen met 0.2 gram.
In 1 gram gaan dus 5 karaten, een karaat wordt weer onderverdeeld in honderd puntjes. Dus een diamant van 50 puntjes weegt 0,50 karaat (0,1 gr) Twee diamanten van gelijk gewicht zijn niet altijd hetzelfde in waarde, daarvoor wordt ook gekeken naar slijpvorm, zuiverheid en kleur. Daardoor kan het gemakkelijk voorkomen dat een kleinere steen, toch veel meer waarde heeft.

Ook de kleur is erg belangrijk, een helemaal kleurloze, dus puur witte diamant is het mooist, omdat het licht dan wordt getransformeerd tot alle kleuren van de regenboog. Voor een leek lijken alle diamanten wit te zijn, maar er zijn verschillende kleurschakeringen, die worden bepaald door de steen, onder gestandaardiseerd kunstlicht, te vergelijken met monsterstenen.

Jager is het fijnste wit gevolgd door River, daarna volgen gradaties in Wesselton, Crystal en Cape, de minst waardevolle kleur is Yellow. Wanneer een diamant echter een roze of blauwe kleur heeft, wat zelden voorkomt, stijgt de waarde weer.