Alles over de eik

De eik is een loofboom, die al stamt uit de prehistorie. In alle gebieden boven de evenaar groeien eikenbomen. Uitgestrekte bossen vol eiken besloegen ooit grote stukken van Europa, maar van deze oerbossen is nog maar weinig over gebleven. In Nederland komt de eik al voor sinds 8000 jaar voor Christus, via Italië en Spanje kwamen de zaden naar ons land. Er zijn verschillende soorten eiken, zoals de zomereik, wintereik, Amerikaanse eik, kurkeik, moseik, zachte eik, Hongaarse eik, steeneik en moeraseik.

De zomereik is de meest voorkomende soort hier in Nederland. De naam duidt erop dat de boom alleen in de zomer blad draagt. De boom kan wel 35 meter hoog worden, wanneer de eik vrij staat kan de kroon uit groeien tot wel 35 tot 40 meter breed.

De wintereik draagt gedurende de hele winter zijn herfstbladeren, hij groeit vaak slanker en rechter op dan de zomereik. Ook is de vertakking meestal minder kronkelig en hoekig. De kroon is meer gesloten en regelmatiger.
De Amerikaanse eik is zoals de naam al doet vermoeden geïmporteerd uit Amerika. Hij heeft veel grotere bladeren en vruchten dan onze inheemse bomen.

De kurkeik groeit vaak als heester, hij heeft een korte stam met een brede losse kroon. Hij kan tot 20 meter hoog worden. De schors van deze soort is zacht asgrijs kurk. Van de schors worden vaak kurken voor wijnflessen gemaakt. De moseik wordt ook wel Turkse eik genoemd, hij komt voor in de submediterrane bossen, maar in ons land zie je hem ook wel gebruikt als sierboom, hij is wel winterhard.

De zachte eik dankt zijn naam aan de behaarde takken en bladeren. Hij is niet zo goed winterhard en komt het meeste voor in de wat warmere gebieden.

De Hongaarse eik groeit vooral op de droge berghellingen in Zuid en Zuidwest Europa. Zijn takken zijn grijs behaard en worden snel kaal. Hij heeft een brede kroon en kan zo’n 40 m hoog worden.

De steeneik kan tot 20 meter hoog worden, hij heeft een korte stam en een ronde brede kroon. Deze boom is niet winterhard, hij groeit in het Middellandse zeegebied en in Zuid Engeland.

De moeraseik komt oorspronkelijk uit Noord-Amerika, maar hij groeit in Nederland goed in de uiterwaarden van de rivieren op de vochtige grond. Hij wordt tot 30 meter hoog en groeit snel.

Voor het voortbestaan is de eik afhankelijk van dieren, zoals de Vlaamse gaai en de eekhoorn. Omdat de eikels niet ver van de boom vallen, is het nodig dat de eikels door de dieren verplaatst worden, onder het bladerdak is het te donker en zal de eikel niet kiemen. De eekhoorn en ook de bosmuis zorgen er voor dat de eikels binnen het bos verspreid worden. De Vlaamse gaai neemt een eikel soms wel enkele kilometers ver mee, zodat ook daar weer een boom kan groeien en dan is er weer het bet begin van een bos.

Herten, wilde zwijnen en eekhoorns eten de eikels graag, ook varkens verdragen de vruchten goed. Paarden, schapen en runderen worden er ziek van en ook voor de mens is de eikel giftig. Toch waren er indianenstammen die zich voornamelijk met eikels voedden, door ze op een speciale manier te bereiden, verwijderden ze het gif.

Eikenhout is hard en sterk en wordt voor verschillende doeleinden gebruikt. Ondanks de hardheid is het toch redelijk makkelijk te bewerken en af te werken. Het wordt gebruikt als bouwhout voor gebouwen, maar ook voor spoorbielzen en in de scheepsbouw. Binnenshuis is het geschikt voor parket, meubelen en trappen. Eiken leveren ook goed brandhout. De bast van de kurkeik wordt steeds na 8 à 10 jaar van de stam gepeld. Deze kurk wordt gebruikt als isolatie, vloeren en wandbekleding, voor schoenzolen, reddingsboeien en natuurlijk de bekende kurk op de fles.