Alles over de Maraboe
De maraboe is een groot lid van de ooievaarsfamilie. Er zijn twee soorten: de Afrikaanse maraboe, die in bijna heel Afrika voorkomt en de Indische maraboe, die in Zuid -Azië leeft. De Afrikaanse maraboe wordt ongeveer anderhalve meter hoog en kan een spanwijdte hebben van wel 3,30 m. Een volwassen vogel weegt tussen de 4 en 6 kilo en hij maakt 143 vleugelslagen per minuut. De Indische maraboe is een iets kleiner soort en maakt 129 vleugelslagen per minuut.
De rug, vleugels en staart van de maraboe zijn grijs met een groene glans. De buik is wit en ook de grote vleugelveren hebben een witte rand. Hij heeft lange donkere poten, die hij vaak besproeit met mest, voor afkoeling en dit helpt ook tegen parasieten. Door de op gedroogde mest lijken de poten vaak wit.
De maraboe heeft een kale kop en hals, met maar een paar stijve veren, Verder heeft hij een grote, krachtige snavel, die zijn hele leven blijft doorgroeien zo kan hij wel 35 cm lang worden. Hij heeft een rode keelzak, die verbonden is met de neusholte. Deze zak heeft ook een belangrijke functie bij het regelen van zijn lichaamstemperatuur. Mannetjes en vrouwtjes hebben hetzelfde verenkleed.
De maraboe is meestal een stille vogel, maar in de buurt van het nest en tijdens het rusten hoor je ze soms. Tijdens de balts klepperen ze en soms maken ze een hard, hoog, jankend geluid dat overgaat in een laag knorrend geluid. Tijdens het landen en bij het wegvliegen maken hun vleugels een soort blaffend geluid. Vaak trekt de vogel zijn lange hals in, waarschijnlijk omdat de snavel zo zwaar is.
De maraboe leeft op open grasland en licht beboste gebieden,meestal zie je hem in droge gebieden, maar wel op vliegafstand van water. Hij komt ook voor in moerasgebieden in de droge seizoenen, wanneer die poelen verdrogen en de vis makkelijk te pakken is. De maraboe is een aaseter en voedt zich voornamelijk met karkassen van allerlei dieren. Maar ook levende prooien, zoals insecten, vissen, ratten en kleine vogels worden verorberd. Zelfs een jonge krokodil, termieten en flamingo – eieren staan op zijn menu. Als op de savanne de droge tijd aanbreekt en veel hoefdieren verzwakken, zodat ze een makkelijke prooi zijn voor de roofdieren, breekt voor de maraboe een tijd van overvloed aan, in die tijd brengen ze hun jongen groot.
De maraboe broedt meestal hoog in bomen of op kliffen, in kolonies van 30 tot soms wel 60 paren. Het grote nest, soms wel een meter doorsnee en dertig centimeter hoog, wordt van takken gemaakt. De maraboe legt twee tot drie eieren, die ze in een maand uitbroedt. Na ongeveer 100 dagen vliegen de jonge maraboetjes uit. De maraboe is een nuttig dier, doordat hij de kadavers opruimt. Hij loopt op een vastberaden, uitgemeten manier, zoals een militair, daarom wordt hij ook weleens de grote adjudant genoemd.