Alles over een puppy

Wanneer je van plan bent om een puppy te gaan kopen, moet je daar van te voren goed over nadenken. Heb ik genoeg tijd om een hondje op te voeden en wat verwacht ik van mijn hondje. Er zijn veel verschillende honden in alle soorten en maten. Een grote hond heeft meer ruimte en beweging nodig, dus wanneer je maar een klein huis hebt zonder tuin kun je misschien beter kiezen voor een kleiner ras. Ook zit er een groot verschil in de aard van de hond, sommige rassen zijn erg sociaal en makkelijk met kinderen, weer andere rassen zijn erg waaks.

Wanneer je een hondje gaat kopen, is een eerste indruk vaak erg belangrijk. Is het hondje actief en vrolijk, komt hij spontaan naar je toe of is hij erg angstig? Het hondje moet er ook verzorgd uit zien, met heldere oogjes, schone oortjes en een glanzende vacht. Kijk ook eens rond in het verblijf, is de moederhond nog aanwezig, zijn er nog meer honden en hoe zien die eruit, is het er schoon enz. op die manier haal je er vaak de goede fokkers en de foute handelaren al uit.

Wanneer je een puppy hebt gekozen, kan hij vaak nog niet meteen mee naar huis, omdat hij nog te jong is. Je kunt dan vast een foto maken, dat is leuk voor thuis. Vraag of de verzorgers de pup alvast willen aanspreken met de naam die jij hem wilt geven. Ook kun je vragen of je een dekentje of speeltje mag achterlaten in het nest, wanneer je de pup dan ophaalt, kun je dat weer meenemen, er hangt dan de vertrouwde geur van het nest in, dat vinden ze vaak fijn.

Vraag ook even na welk voer het hondje gewend is en koop indien mogelijk wat van datzelfde voer. Om de overgang wat makkelijker te maken. Een puppy krijgt meestal speciaal puppy voer, daar zit alles in wat hij nodig heeft, je hoeft hem dus niets bij te voeren. Na ½ jaar tot 1 jaar kun je over stappen op voer voor volwassen honden. Puppy’s moeten in het begin 4x per dag gevoerd worden, dat kun je na een tijdje afbouwen naar 2x per dag.

Bij de fokker heeft de puppy meestal zijn eerste inenting tegen hondenziekte en parvo.

al gehad, met 6 weken. Na 9 weken moet je dan weer met hem naar de dierenarts voor een inenting tegen de ziekte van Wel en parvo. Wanneer je pup veel in aanraking komt met andere honden krijgt hij vaak ook een spuitje tegen kennelhoest. Met 3 maanden is er weer een enting tegen de hondenziekte en parvo. Verder krijgt hij dan een cocktail enting tegen de ziekte van Wel, leverziekte, para influenza en adeno virus.

De dierenarts zal meestal bij een bezoek ook een lichamelijke controle doen, o.a. kijken in de oortjes en onderzoeken of de pup wormen heeft.

In de eerste maanden van zijn bestaan moet je pup zoveel mogelijk ervaringen op doen, socialiseren noemen ze dit. Hij moet wennen aan allerlei prikkels, lawaai, auto’s en in de auto zitten, apparaten, andere honden, fietsers enz. Hij leert dan dat hij niet bang hoeft te zijn. Een pup die erg afgesloten de eerste maanden door brengt, zal later moeite hebben om aan nieuwe dingen te wennen en vaker angstig of agressief reageren.

Een hond is een roedeldier en ziet zijn gezin als zijn roedel. Hij heeft behoefte aan duidelijke leiding, vooral in de 3de en 4de maand dan bepaald hij zijn rangorde in de roedel. Wanneer er dan geen duidelijke baas is, zal hij denken dat hij de baas mag zijn. Een hond is een zuiver dier en zal zijn eigen nest liever niet bevuilen. Wanneer je de pup ineen kamerkennel laat slapen, zal hij proberen zijn behoefte op te houden, laat hem als hij wakker wordt meteen even buiten. Spreek met huis genoten duidelijke regels af, bijv. de hond niet op de bank, en blijf consequent.