Christelijke feestdagen, Pasen!

Pasen is een belangrijk christelijk feest dat twee dagen duurt en altijd wordt gevierd op zondag en maandag. Deze dagen worden ook wel Eerste en Tweede Paasdag genoemd. Pasen valt tussen 22 maart en 25 april, afhankelijk van de maanstand. Eerste Paasdag is de zondag na de eerste volle maan in de lente, die ingaat op 21 maart. Tijdens Pasen wordt door christenen gevierd dat Jezus uit de dood is opgestaan. Er wordt ook wel verwezen naar de opstanding of verrijzing van Jezus. Dit gebeurde op de derde dag na zijn kruising, waarschijnlijk tussen het jaar 26 en 36. Op de vrijdag voor Pasen, Goede Vrijdag, herdenken christenen het lijden en de kruisdood van Jezus. De donderdag voor Pasen wordt Witte Donderdag genoemd.

Pasen vindt zijn oorsprong in het Joodse Pesach of Pascha, dat nauw verbonden is met de uittocht uit Egypte. In het Bijbelboek Exodus wordt verteld dat de viering en herdenking van de uittocht al de avond voor de uittocht ingesteld is. Tijdens Pesach worden ook de grote daden van God aan het volk van Israel herdacht. Vergelijkbaar is het herdenken van Jezus tijdens Pasen, als zoon van God en Verlosser. Jezus wordt vaak ook gezien als het Paaslam, een offer aan God. In het verleden vielen de feesten Pascha en Pasen op dezelfde dag. Dat het christelijk feest wordt gevierd op de zondag na de eerste volle maan is ingesteld in 325 tijdens het concilie van Nicea. Pasen wordt door velen ook gezien als een lentefeest. Een lentefeest is vaak bedoeld om een godin van de vruchtbaarheid te eren.

Pasen is niet langer alleen een christelijk feest. Er zijn veel non-religieuze culturele elementen aan het feest toegevoegd. Zo associƫren veel mensen Pasen met de paashaas en paaseieren. Beide zijn heidense symbolen voor nieuw leven en vruchtbaarheid. De paashaas brengt en verstopt kippeneieren of chocolade eieren. Een ander gebruik is het beschilderen van gekookte eieren, die vaak gebruikt worden als paasontbijt. In Belgiƫ en Frankrijk kennen ze geen paashaas, maar paasklokken. Het is traditie dat de Paus in Rome op Eerste Paasdag een toespraak houdt. Hij geeft dan zegen, ofwel Urbi et orbi, en brengt in meer dan zestig verschillende talen zijn paasgroet.