De Afrikaanse wilde hond
De Afrikaanse wilde hond is een met uitsterven bedreigde soort. Het is een roofdier verwant aan de wolf. Hij leeft in Afrika ten zuiden van de Sahara, op de savannes, licht beboste gebieden, steppen en graslanden. Hij komt voor in de bergen, maar ook op het laagland. Door het toenemen van de akkerbouw in Afrika is het leefgebied van de wilde hond erg versnipperd geraakt. Dat is een grote bedreiging voor deze diersoort, want ze hebben veel ruimte nodig. Ook wordt er op de soort nog weleens gejaagd, omdat hij soms vee vangt. Er zijn nog maar 2500 volwassen dieren over en tegenwoordig zijn er daarom beschermingsmaatregelen en projecten opgezet.
De Afrikaanse wilde hond is een grote hond, met een lang, slank lichaam en lange poten, met aan elk vier tenen. Hun vacht is donkerbruin tot zwart gekleurd met grote, onregelmatige zwarte,witte en beige vlekken, in het Engels noemen ze hem daarom painted hunting dog. De kop is vrij kort en breed, met krachtige kaken, zwarte snuit en grote vleermuisachtige oren. Ze hebben een lange, volle staart met een witte pluim op het uiteinde, die dient als vlag om binnen de groep contact te houden. Jonge dieren zijn vooral zwart van kleur met enkele witte vlekken, voornamelijk op de poten. De lengte van kop tot en met romp is bij een volwassen dier tussen 76 en 112 centimeter. De staart kan wel 40 centimeter lang worden. Een volwassen wilde hond weegt tussen de 15 en 36 kilo.
De Wilde hond jaagt voornamelijk in de schemering, op zebra’s en middelgrote antilopen als impala, gazelle, blauwe gnoe en grote koedoe. Wilde honden werken nauw samen bij de jacht, een roedel wilde honden is niet zo snel, maar hun specialiteit is uithoudingsvermogen. Ze kunnen over een afstand van vijf kilometer een gelijkmatig tempo van 48 km/u volhouden. Tijdens de achtervolging wisselen de koplopers elkaar af tot de prooi vermoeid raakt. Ze grijpen hun prooi in de buik, waardoor die in shocktoestand sterven. Dit lijkt wreed, maar onderzoek heeft aangetoond dat de prooien van de wilde honden sneller overlijden, dan die van een leeuw of luipaard, die ze bij de keel grijpen en door verstikking om brengen. Wilde honden zijn niet sterk en moeten vaak hun prooi afstaan aan andere roofdieren, zoals leeuwen en hyena’s.
Het zijn zeer sociale dieren, waar in de groep een strikte hiërarchie bestaat. Alleen het oudste paar in de groep plant zich voort In tegenstelling tot de meeste andere dier soorten, verlaten bij de wilde hond, de volwassen vrouwtjes de geboorte groep. De Afrikaanse wilde hond heeft soms wel tien pups per worp. De meeste pups worden geboren aan het einde van de regentijd in een ondergronds hol. Ze zijn bij de geboorte blind en hulpeloos en pas na vier weken komen ze voor het voorzichtig buiten het hol. Andere volwassen dieren helpen mee met de zorg voor de jongen. Na negen weken gaan ze al met de volwassen honden mee op jacht en na een jaar zijn ze volgroeid. De overlevingskans van de jongen wordt groter als de groep groter is.. De Afrikaanse wilde hond wordt meestal niet ouder dan 10 jaar. Wanneer er een prooi gevangen is, mogen eerst de jongen eten, iets wat in de wildernis niet vaak voor komt.
In Nederland kun je Afrikaanse wilde honden zien in: Artis,GaiapaPark en Safaripark Beekse Bergen.