De Heksenprocessen van Salem

Het stadje Salem in Amerika is bekend vanwege zijn heksenprocessen in de zeventiende eeuw. Deze heksenprocessen begonnen in 1692 en hadden een groot aantal beschuldigen en veroordelingen tot gevolg. In totaal werden er twintig mensen daadwerkelijk terechtgesteld.

Spanningen in Salem

In de zeventiende eeuw had de bevolking van Salem het niet gemakkelijk. Zij kwamen vooral uit Europa en waren pioniers die hun bestaan wilden opbouwen in een voor hen onbekende wildernis. Er waren dan ook geregeld botsingen en spanningen tussen de pioniers en de oorsponkelijke bevolking. Zij zagen elkaar als een bedreiging. Maar ook onderling was er vaak sprake van ruzies over grond en eigendommen. De bevolking was erg arm en omdat er sprake was van een gesloten gemeenschap, was de sociale controle erg groot. Men wist veel van elkaar en kon dus niet zomaar iets ondernemen. De gemeenschap hing grotendeels het Puriteinse geloof aan, waarbij er strenge regels waren voor gedrag. Er was geen plaats voor losbandigheden; ook amusement werd als iets van de duivel gezien. De duivel werd gevreesd, waardoor er veel bijgeloof was. Het geloof werd ook vaak als middel voor onderdrukking gebruikt.

Aanleiding

De predikant, Parrish, has een slavin meegenomen, die van Barbados afkomstig was: Tituba Boyer. Elizabeth Parrish, van negen jaar oud, en haar nichtje Abigail Williams, van elf jaar oud, hadden stiekem contact met Tituba. Tituba vertelde in de winter van 1692 verhalen over haar leven op Barbados, waarbij ook het onderwerp toverij veelvuldig aan bod kwam. Zij begon ook met kleine demonstraties van deze toverij. De meisjes vonden het interessant maar hadden ook erg veel last van schuldgevoelens en spijt, omdat het in strijd was met hun geloof. Hierdoor begonnen ze vreemd gedrag te vertonen. Hun omgeving dacht dat het om zware epileptische aanvallen ging van een onnatuurlijke aard. Zij gilden en maakten vreemde geluiden. Ze gooiden met van alles en nog wat en namen vreemde lichaamshoudingen aan. Ook konden ze een preek niet aanhoren en zeiden met naalden geprikt te worden. De arts van Salem, William Grigs, kon geen verklaring vinden voor de symptomen van de meisjes en stelde vast dat zij behekst waren.

Ondervragingen

Bij de ondervraging van de meisjes beschuldigen zei als eersten Sarah Good, een bedelares, Sarah Osbourne, een demente oude vrouw, en Tituba Boyer. Zij waren makkelijke doelwitten omdat zij anders waren dan de meeste mensen in het dorp. Ze gingen geen van allen naar de kerk en werden op 5 maart 1692 van hekserij beschuldigd. Ze werden naar de gevangenis afgevoerd. Daarna werden nog meer mensen beschuldigd: Rebecca Nurse, Dorcas Good, Abigail Hobbs, Martha Corey, Elizabeth Proctor en John Proctor. De beschuldigingen namen toe en de gevangenissen raakten overvol.

De processen

De processen begonnen eind mei 1692 toen gouverneur Sir Williams Phips aankwam in Salem en een speciale rechtbank opzette. Op 10 juli 1692 begonnen de terechtstellingen. Dit ging door tot 19 oktober 1692. In totaal werden negentien mensen opgehangen, waarvan de meeste oudere arme vrouwen waren. Onder hen waren zes mannen. Een van hen was Giles Corey. Hij wilde niet bekennen en werd bedekt met planken en zware stenen om een bekentenis af te dwingen. Hij stierf na twee dagen zonder te bekennen. De zogenaamde heksen lieten bezittingen achter, die door de overheid in beslag werden genomen en werden geconfisqueerd. Dit betekende materieel gewin voor de overheid. De veroordeelden werden na hun dood geëxcommuniceerd door de kerk. Ze werden na de ophanging in een ondiep graf gegooid en niet fatsoenlijk begraven.

De periode na de processen

Op 3 oktober 1692 werd een artikel over de processen gepubliceerd. Dit veranderde de publieke opinie over het Puriteinse geloof en het bestaande rechtssysteem. De invloed van het Puriteinse geloof nam daarna sterk af en er werd een nieuw rechtssysteem ingesteld. Het duurde nog tot mei 1693 voordat alle mensen die van hekserij beschuldigd waren werden vrijgelaten. Op 17 december 1711 werd een bedrag van 578 pond en 12 shilling beschikbaar gesteld voor de nabestaanden van de veroordeelden en de overlevenden. Tot 1954 was nog steeds niet iedereen vrij gesproken van de beschuldiging van hekserij. Dit tot grote onvrede van de afstammelingen. Pas in dat jaar werd een wet van kracht waarin verklaard werd dat alle mensen die van hekserij beschuldigd en veroordeeld waren vrij van schuld werden bevonden.

Bronnen

Morrison, D.A., & Schultz, N.L. (2005). Salem: place, myth and memory. New England (MA): University Press of New England.
Yolen, J., & Stemple-Yolen, H.E. (2004). The Salem witch trials: an unsolved mystery from history. New York: Simon & Schuster Children’s Publishing.