De impala
De impala is een slanke, middelgrote antilope. Ze hebben vaak een roodbruine vacht, daarom worden ze in Zuid Afrika ook wel rooibok genoemd. Soms zijn ze ook geelbruin van kleur, op de schouders zijn ze iets lichter en de buik, keel, kin, bovenlip wenkbrauwen, zijn achterste en het binnenste van de oren zijn wit. Het topje van de oren, de neus en de achterste flanken zijn zwart en vanaf de staart loopt er een zwarte streep over het achterste. Verder hebben ze net boven de hiel een pluim van lang zwart haar.
Alleen het mannetje draagt hoorns, die zijn vaak slank en liervormig en kunnen wel 90 cm lang worden, ook kun je aan de ringen zien hoe oud het dier is. Vrouwtjes dragen geen hoorns en zijn kleiner dan de mannetjes. De impala wordt van kop tot staart tussen de 120 tot 160 centimeter groot en tussen de 75 tot 85 cm schouderhoogte. Zijn staartje is ongeveer 40 cm. Een volwassen impala weegt 45 en 80 kilo. Ze kunnen 15 jaar oud worden.
Impala’s komen voor in Kenia, Botswana, Angola, Namibië en Zuid Afrika. Ze leven vooral op grote open vlakte, maar altijd in de buurt van water. Een impala moet dagelijks kunnen drinken. In het droge seizoen zoekt hij vaak de lichte beboste gebieden op, omdat daar goede schuilplaatsen zijn en vaak nog wat meer water. De impala eet vooral kort gras, maar ook bladeren, kruiden en zaden. Hij graast voornamelijk ’s avonds of ’s nachts, wat hij dan overdag in de schaduw gaat herkauwen.
De impala leeft graag in kudde verband. Ze vormen groepen van een of twee mannetjes met een harem van ongeveer 30 vrouwtjes. De rest van de mannetjes leeft in vrijgezellengroepen.
Vooral in het droge seizoen, voegen groepen zich samen tot grotere kuddes, in Zimbabwe werd eens een kudde geteld van 443 impala’s. Ze laten met klieren een geurspoor achter voor hun soort genoten. Vrouwtjes dieren blijven altijd in de kudde, maar de jonge mannetjes gaan na ongeveer vier jaar hun eigen weg, Na anderhalf jaar zijn de vrouwtjes geslachtsrijp, ze dragen een jong ongeveer 200 dagen. Het vrouwtje werpt altijd maar een jong, op een goede schuilplaats. Het moederdier blijft tijdens het grazen altijd in de buurt van haar jong, maar gaat er alleen heen om het te zogen. Na enkele dagen zal het jong de moeder volgen en alleen nog schuilen bij gevaar. De meeste jonge impala’s worden tijdens het regenseizoen geboren, omdat er dan een groot aanbod van jonge dieren is, is de kans op overleven groter.
De impala hoort en ruikt erg goed, kan hard lopen en razendsnel draaien. Ook kan hij wel 3 meter hoog springen of lange sprongen maken van wel elf meter. Deze technieken heeft hij nodig om aan de roofdieren te ontkomen, want cheeta’s, leeuwen, luipaarden en hyena’s zijn dol op impala. De impala wordt wel het fast food van de wildernis genoemd, door de zwarte strepen op zijn witte achterste, lijkt een weglopend dier het logo van McDonald’s op zijn billen te hebben.