De savanne

De savanne is een gras landschap in combinatie met verspreid wat bomen en kruiden. Er groeien veel verschillende grassoorten is bosjes en pollen, waarvan sommigen wel 3,5 meter hoog kunnen worden. Soms staan er groepjes bomen en soms staat er een solitair. Wat er groeit is sterk afhankelijk van de bodemgesteldheid. Ongeveer 16% van het aardoppervlak is savanne, een deel hiervan was tropisch regenwoud, dat door kap verloren is gegaan. Savanne kun je vinden in Azië, Australië, Zuid-Amerika en de meest bekende zijn de Afrikaanse savanne. De savanne liggen tussen de 23,5 graden noorder- en 23,5 graden zuiderbreedte.

Het klimaat in de savanne is tropisch of subtropisch. Graslandschap in een gematigd klimaat wordt een steppe, prairie of pampa genoemd. Op de savanne is ‘t het hele jaar door warm tot zeer warm. Er valt per jaar tussen de 50 tot 150 centimeter regen, maar door de hoge temperaturen, verdampt veel van dat vocht meteen weer. Er is afwisselend een droog en een nat seizoen, wat aan de begroeiing natuurlijk goed te zien is. In het droge seizoen is alles dor en is het er erg kaal, wanneer dan de regens komen schiet alles uit en is alles groen.

De planten op de savanne hebben zich aangepast aan de hoge temperaturen en proberen waterverlies tegen te gaan. Er zijn soorten waarvan de stand van het blad verandert ten opzichte van de zon, zodat ze minder warmte opvangen. Andere soorten sluiten de huidmondjes op het heetst van de dag om zo weinig mogelijk water te verliezen.

Opmerkelijke plantensoorten van de savannen zijn: Het olifantsgras, dat wel 3 meter hoog wordt en dus 1 van de langste grassoorten is. Ook Acacia’s zijn goed aan het klimaat aangepast. De Afrikaanse soorten hebben smalle bladeren zodat ze weinig zonnestralen opvangen of ze hebben doornen. Een soort in Zuid-Afrika heeft wel doornen van 10 cm.

De grote acaciabomen zorgen voor een betere kwaliteit van het gras, dat eronder groeit. Doordat de bomen water uit de grond onttrekken, groeit het gras langzamer, ook zorgen de bomen voor meer stikstof in de grond, waardoor de grond vruchtbaarder is. De grassen onder de bomen zijn daarom veel voedzamer, ze bevatten ongeveer twee keer zoveel eiwitten als grassen in de open vlakte. Ook heel bijzonder is de baobab of apenbroodboom, deze kan wel 25 meter hoog worden met een stam van 3 meter doorsnee. Deze boom slaat in regentijd vocht op in de stam, waarmee hij de droge tijd kan doorstaan. In de droge tijd verliest hij zijn bladeren en schrompelt hij ineen.

In de Afrikaanse savanne zie je grote kuddes grazende hoefdieren, zoals gazelles, giraffes, impala’s, zebra’s, gnoes en antilopen. Waar zoveel prooi is zijn natuurlijk ook roofdieren zoals de leeuwen. Verder zie je er nijlpaarden, neushoorns, olifanten en struisvogels. De grazers van Op de Australische savanne leven de kangoeroes. In de savanne zijn naast de grote planteneters zoals antilopen, ook veel insecten, zoals mieren en termieten. In savannes van Brazilie kunnen mieren op een dag 50 kilogram gras per hectare verwijderen.