De tamme kastanje
De tamme kastanje is een loofboom, hij verliest in de herfst zijn blad. De kastanje is verwant aan de beuk en eik en kan onder goede omstandigheden wel 200 tot 300 jaar oud worden. Hij komt oorspronkelijk voor in Zuid Europa, Noord Afrika en West Azië. In ons land komt hij van nature niet voor, maar door de mens geplant of gekweekt, zal hij goed gedijen. Wel heeft hij veel zon nodig om de vruchten te rijpen. Er zijn ook gekruiste soorten gekweekt die beter tegen de kou kunnen. Sommige soorten kunnen wel 30 meter hoog worden.
De tamme kastanje heeft lange, grof gezaagde bladeren. Deze zijn donker groen en glanzend aan de bovenkant. De onderkant is iets lichter van kleur en sommige soorten hebben een witte rand langs de bladrand. Na het uitlopen van de bladeren, krijgen de takken mannelijke en vrouwelijke bloemvormen. Het zijn hangende trossen met fijne bloempjes die een heel aparte geur verspreiden. Kevertjes, bijen en vliegen zorgen voor de bestuiving, ze worden gelokt door de geur van de mannelijke bloemen en op de stempel van de vrouwelijke bloem zit een klein druppeltje zoete nectar. Na de bevruchting ontstaan stekelige vruchtdozen. In de herfst, wanneer de vrucht rijp is barst het bolster open en valt de vrucht omlaag. De boom heeft mooie gekleurde bladeren in de herfst.
De vruchten zijn leerachtig, glanzend bruine noten, tijdens de groei waren ze beschermd door het stekelige bolster. De tamme kastanje word ook wel zoete kastanje genoemd. Ze zijn eetbaar en mogen niet verward worden met de giftige paardenkastanjes. Het bolster van een tamme kastanje heeft veel fijner stekels en de eetbare kastanje heeft een wit pluimpje. De kastanje heeft een hoog koolhydratengehalte en kan op veel manieren gegeten worden. Kastanjes worden vaak gepoft in de oven of geroosterd, maar kunnen ook gekookt verwerkt worden in allerlei gerechten zoals gebak, desserten en wildgerechten. In Frankrijk eet men graag kastanjepuree (crème de marron),het is daar in blikken te koop. In steden zoals Wenen, Zürich en Parijs worden tijdens herfst en winter op straat gepofte kastanjes verkocht, de ‘marron’. Ook in Italië wordt de kastanje erg gewaardeerd. Vroeger noemde men de vruchten ‘aardappel van de armen’, wanneer graanoogsten mislukten of plunderende legers door het land trokken beschermde de tamme kastanje de bevolking tegen de honger. Ook vogels zoals Vlaamse gaaien en kraaien, en bosdieren zoals eekhoorntjes, muizen en wilde zwijnen lusten de nootjes graag, zij zorgen ervoor dat de bomen zich in het wild kunnen verspreiden.
De nectar van de bloemen worden door bijen tot een donkere honing verwerkt, door zijn hoog gehalte aan fruitsuiker blijft deze lang vloeibaar. De tamme kastanje heeft fijn vezelig hout, dat goed bestand is tegen vocht. Het is heel geschikt voor het maken van tuinmeubelen, bruggen, steunpalen en vaten. Uit de bladeren werden vroeger medicijnen tegen diarree, hoest en slijmvorming gemaakt.