Het stekelvarken
Het stekelvarken wordt ook wel Afrikaans stekelvarken of kuifstekelvarken genoemd en in Zuid Afrika is hij bekend onder de naam Ystervark. Het is geen familie van het varken, zoals de naam doet vermoeden,maar familie van de cavia en dus een knaagdier. Het is een van de grootste knaagdieren, met grote kop, dikke nek en een zwarte of donkerbruine vacht. Zijn scherpe zwart witte stekels kunnen wel 30 tot 40 centimeter lang worden en zijn daarmee zijn opvallendste kenmerk. Tussen deze lange stekels zitten nog veel korte dikke stekels, samen bedekken ze de bovenkant van het lichaam, vanaf de schouders tot het puntje van de staart.
Aan het puntje van de staart zit nog een bosje met korte stekels. Op het voorhoofd en de schouders hebben ze lange stekelige haren. Stekelvarkens hebben kleine ogen en zien erg slecht. Hun oren zijn bijna niet te zien, omdat ze onder de vacht schuil gaan. Stekelvarkens horen en ruiken heel goed. Ze hebben korte stevige poten met grote voeten, aan de voorpoten hebben ze lange klauwen om mee te graven.
Een stekelvarken kan wel 26 cm hoog worden een bijna een meter lang, Het staartje kan tussen de 5 en 17 cm lang zijn. Een volwassen stekelvarken kan wel 10 tot 27 kilo wegen, de mannetjes worden meestal groter dan de vrouwtjes.
Het stekelvarken leeft op de savannes, steppes en op openboslanden en hooglanden. Maar hij wordt ook wel gezien in de bosranden en struikgebieden. Het stekelvarken komt voor in Afrika en in Europa in Italië en op Sicilië. Dat is niet zijn natuurlijk leefgebied, maar hij is daar waarschijnlijk door de Romeinen losgelaten. In Italië zie je hem meestal op akkergrond, maar niet hoger als 3500 meter. Hij wordt hier door de mens bejaagd, ze zien hem als een plaag, die de gewassen beschadigd.
Het stekelvarken is een nachtdier, maar bij volle maan vermijdt hij het open veld. Overdag houd hij ervan om in de buurt van zijn hol te zonnebaden, dus voor de oplettende speurder is hij ook dan te vinden. Bij slecht weer blijft hij in zijn hol. Meestal graaft het stekelvarken zelf zijn hol. Maar soms gebruikt hij ook een grot of hol van andere dieren of een natuurlijke holte tussen stenen. Stekelvarkens zie je vaak alleen of in een paar, soms een kleine familie.
Ze eten plantenwortels, knollen, wilde vruchten en bast. Op zoek naar voedsel leggen ze soms wel 15 kilometer af. Soms wordt gezien dat een stekelvarken op botten knaagt, waarschijnlijk doet hij dit om zijn tanden te slijpen.
Het stekelvarken krijgt meestal in de herfst 1 tot 3 jongen, die kunnen meteen al lopen en ook de oogjes zijn al open. De stekeltjes zijn nog zacht en verharden in de eerste 2 weken. De jongen worden ongeveer 45 dagen gezoogd, daarna beginnen ze vast voedsel te eten.
Als een stekelvarken zich bedreigd voelt zetten ze hun stekels op om de vijand af te schrikken. Ook trappen ze met hun poten en maken kabaal met hun staart en ze grommen en sissen. Wanneer dit niet werkt, draait hij zich om en loopt op volle vaart achteruit richting de vijand, om hem met de stekels te raken. Op de punten van de stekels zitten kleine haakjes, waardoor ze in de huid van de vijand blijven steken. Ze zijn niet giftig, maar wel heel pijnlijk en vervelend.