Wat zijn bloedzuigers?
Bloedzuigers zijn parasieten. Het is een worm verwant aan de regenworm, ze hebben een geringd lichaam en geen borstels. Aan de voor en achterzijde van hun lichaam hebben ze een zuignap. De achterste zuignap is de grootste, maar in het midden van de voorste zuignap zit de mond. Aan het voorste gedeelte van het lichaam zitten tien ogen. Ze kunnen tussen de 0,5 en de 30 centimeter lang worden en wel 20 jaar oud. Meestal zijn ze bruin of groen van kleur.
Bloedzuigers komen voor over alle werelddelen, behalve in de poolgebieden. Ze leven voornamelijk in zoet water, maar ook in veen- en moerasgebieden en enkele soorten komen voor in zee. Ze gedijen het beste in stilstaand of niet al te snel stromend water. Bloedzuigers bewegen zich voort, door zich vast te zetten met hun zuignappen. Eerst wordt de voorste zuignap vast gezet en dan wordt het lichaam aangetrokken en de achterste zuignap vastgezogen. Dan laat hij de voorste zuignap los en strekt zijn lichaam naar voren, zo wandelen ze over de bodem of over planten. Een aantal soorten kan ook goed zwemmen en gaan als een slangetje door het water.
De bloedzuiger ontleent zijn naam natuurlijk aan het feit dat hij bloed zuigt. Hij wacht totdat zijn slachtoffer langs komt en zuigt zich vast. Met behulp van enkele tandjes maakt hij een wondje en zuigt zich vol met bloed. Op het moment dat hij het wondje maakt, geeft hij meteen een soort vloeistof af, die voorkomt dat het bloed gaat stollen, daardoor kan hij een grotere hoeveelheid op zuigen. Zijn lichaam wordt soms wel vier keer zo dik. Het bloed gaat naar de darm, waar het word ingedikt. Een bloedzuiger kan, wanneer dat nodig is, wel een paar maanden overleven op zo’n voorraad opgeslagen bloed.
Veel mensen zijn een beetje bang van bloedzuigers, maar alleen de zeer zeldzame paardenbloedzuiger is in staat om door de huid van een mens heen te bijten.
In sloot en plas is de visbloedzuiger de meest voorkomende. Het is een dun bloedzuigertje dat ringetjes lijkt te hebben in wit, donkerbruin en grijs. Ze blijven aan de vis vastgehaakt zitten en leven van het bloed van de vis, totdat deze daaraan doodgaat.
Bloedzuigers zijn tweeslachtig, ze bezitten dus elk mannelijke en vrouwelijke geslachtsklieren, maar ze kunnen zichzelf niet bevruchten. Twee verschillende dieren paren en bevruchten elkaar, in een broedzakje op de buik dragen ze de eitjes een tijdje mee. Later worden de eitjes door een slijmlaag omhult op de bodem van het water afgezet. Soms worden de eitjes in cocons boven de waterspiegel afgezet. De eitjes zijn sterk en kunnen tegen veel chemicaliën, maar niet tegen uitdroging. Eenmaal uitgekomen groeien de bloedzuigers maar heel langzaam.
Soms wordt de bloedzuiger gebruikt voor medicinale doeleinden, bijv. bij trombose, oedeem, gewrichtspijn en bloedstuwing. Het speeksel van de bloedzuiger bevat een stofje wat de bloedstolling tegen gaat, dat kan een heilzaam effect hebben. Dat stofje Hirudine wordt als een interessante grondstof gezien voor medicijnen, er worden zelfs speciaal bloedzuigers voor gekweekt.